De meest gemaakte fout bij de micro-uitzondering is dat bedrijven ervan uitgaan dat een lage omzet of een klein verpakkingsvolume automatisch betekent dat zij buiten de PPWR vallen. Dat klopt niet zonder meer. De uitzondering is niet alleen gekoppeld aan de omvang van uw onderneming, maar ook aan een voorwaarde over de lidstaat waarin uw leverancier is gevestigd. Wie die voorwaarde over het hoofd ziet, denkt zich ten onrechte veilig.
Het gevolg is dat er verplichtingen blijven gelden terwijl een bedrijf dacht dat de deur dicht was. Dat merkt men vaak pas op het moment dat een register om een registratie vraagt, of wanneer een marktplaats om een bewijs vraagt. In deze uitleg staat waar de fout precies zit en hoe u die kunt voorkomen.
Wat er precies misgaat
De micro-uitzondering wordt in de praktijk vaak samengevat als 'klein bedrijf, dus geen gedoe'. Die samenvatting mist een stap. De voorwaarde over de lidstaat van de leverancier bepaalt mede of de uitzondering van toepassing is, en die voorwaarde verschilt per situatie. Een bedrijf dat inkoopt bij een leverancier binnen de eigen lidstaat kan in een andere positie staan dan een bedrijf dat dezelfde producten importeert vanuit een leverancier elsewhere in de EU of daarbuiten. Wie alleen naar de eigen omzet of het eigen verpakkingsgewicht kijkt, en niet naar waar de leverancier zit, slaat een stap over die er wel toe doet.
Een tweede laag van dezelfde fout is dat bedrijven de uitzondering als EU-breed geldig beschouwen. De verordening werkt op onderdelen per lidstaat uit, en wat in het ene land als uitzondering geldt, hoeft in het andere land niet automatisch hetzelfde te zijn. Voor een bedrijf dat in meerdere landen levert, betekent dit dat de vraag 'val ik onder de micro-uitzondering' eigenlijk per land beantwoord moet worden, niet één keer voor de hele afzetmarkt.
Waarom deze fout zo vaak voorkomt
De uitzondering wordt meestal voor het eerst gelezen in een samenvatting, een nieuwsbericht of een gesprek met een collega-ondernemer. Daarin sneuvelt de voorwaarde over de leverancier al snel, omdat die minder voor de hand ligt dan een omzetdrempel. Een omzetgrens is concreet en makkelijk te checken; een voorwaarde die afhangt van de vestigingsplaats van een derde partij, uw leverancier, vraagt om een extra stap in het uitzoekwerk. Die stap wordt overgeslagen, vooral bij bedrijven die met meerdere leveranciers werken en niet voor elk product apart nagaan waar de inkoop precies vandaan komt.
Daarnaast verandert een leveranciersrelatie soms zonder dat de verpakkingsvraag opnieuw gesteld wordt. Een bedrijf wisselt van leverancier om prijs of levertijd, en de vraag of dat iets verandert aan de eigen positie onder de PPWR komt dan niet automatisch terug op de agenda.
Wat er dan wel geldt
Als de micro-uitzondering niet van toepassing blijkt, gelden de gewone verplichtingen: registratie in de landen waar verpakte producten op de markt komen, een technisch dossier en, waar van toepassing, een conformiteitsverklaring. Welke verplichtingen precies gelden, hangt af van de rol die een bedrijf heeft bij een specifiek verpakkingstype en een specifiek land. Toezichthouders en registers kijken daarbij naar de feitelijke situatie per verpakking, niet naar hoe een bedrijf zichzelf op de eigen website beschrijft.
Omdat de uitzondering per land en per leverancierssituatie kan verschillen, is het verstandig om die vraag niet één keer af te vinken maar te herzien zodra de inkoop of de afzetmarkt wijzigt. de kennisbank met uitleg per onderwerp geeft achtergrond bij de voorwaarden die de verordening hanteert, met de vindplaats in de officiële tekst erbij.
Hoe u dit voorkomt
De meest praktische manier om deze fout te voorkomen is de vraag niet in te vullen op basis van een samenvatting, maar per verpakkingstype en per land opnieuw te doorlopen: waar zit mijn leverancier, waar breng ik de verpakking op de markt, en verandert dat beeld als een van die twee wijzigt. in een paar vragen zien of de uitzondering in uw situatie relevant is geeft daarvoor een eerste, gratis indicatie, met de registers en de vindplaats in de wettekst erbij.
Voor bedrijven die twijfelen of hun situatie onder de uitzondering valt, is het raadzaam om niet zelf een juridische conclusie te trekken maar de officiële richtsnoeren te raadplegen of een jurist te betrekken. Epria citeert die richtsnoeren en verwijst door in twijfelgevallen, maar geeft zelf geen juridisch oordeel over een individuele situatie.
Kortom
De micro-uitzondering is geen automatisme dat met de bedrijfsgrootte meekomt. De voorwaarde over de lidstaat van de leverancier en de mogelijkheid dat de uitkomst per land verschilt, zijn de twee punten waar het vaakst iets over het hoofd wordt gezien. Wie deze twee punten expliciet meeneemt, voorkomt de meest voorkomende valkuil bij deze uitzondering.
Benieuwd of dit voor uw situatie relevant is? de veelgestelde vragen over rollen en uitzonderingen beantwoordt een aantal aanverwante vragen, en de gratis quick-scan geeft in een paar minuten een eerste richting zonder dat daar een account voor nodig is.